Porsche 356

De Porsche 356 was meteen bij het verschijnen in 1948 geliefd bij de “hogere klasse” getuige ook deze versie uit 1949 van de Egyptische prins Muhammad Abdel Moneim.

Basis: racerij

In een kleine werkplaats in het Oostenrijkse Gmünd, in de deelstaat Karinthië, begon Ferry Porsche in 1947 met de ontwikkeling van de 356. De carrosserie werd ontworpen door de Oostenrijker Erwin Komeda, die ook verantwoordelijk was voor het design van de VW Kever, de VW Type 82 en de Porsche 550 spider (het model waarin James Dean op 24-jarige leeftijd om het leven kwam). De 356 was de eerste serieproductie Porsche. Een aantal onderdelen, al dan niet in gewijzigde vorm, was afkomstig van de VW Kever; o.a. de wielophanging, de versnellingsbak en de 4-cilinder luchtgekoelde boxer motor die vervolgens terug gebracht werd van 1131 naar 1086 cc, omdat Porsche de auto klaar wilde stomen voor de raceklasse tot 1100 cc.

 

Van aluminium naar staal

De “Gmünd-Porsches” waren met de hand gemaakt en hadden handgeklopte aluminium carrosserieën. De auto woog mede daardoor maar net iets meer dan 600 kg. De eerste 356 leverde 40 pk. De motor lag net zoals bij de VW Kever achter de achteras, ondanks dat het 356-prototype uitgevoerd was met de motor centraal. Tevens werd het buizenchassis van het prototype verlaten ten faveure van een kokerframe. In de jaren in Gmünd lag het productiecijfer op circa 2 per maand. Nadat er een kleine 50 stuks geproduceerd waren, verhuisde het bedrijf in 1950 naar Zuffenhausen, vlakbij Stuttgart. Vanaf die tijd werd de 356 geleverd met een stalen carrosserie.

 

Race-successen

Met de 356 begon ook de enorme serie aan race-successen die de Porsche fabriek heeft behaald; in 1950 en in 1952 werd de 24 uur van Le Mans gewonnen in de klasse tot 1100 cc en in 1953 en 1954 in de klasse tot 1500 cc. Daarnaast werden nog talloze andere races gewonnen.

 

Carrera GT

In 1965 liep de productie ten einde. Tussen 1948 en 1965 werden er bijna 80.000 stuks  geproduceerd. De 356 maakte in die tijd een enorme ontwikkeling door; van 40 pk in 1948 naar 110 pk in de 1957 Carrera GT 1600 cc tot 130 pk in de 1961 Carrera 2 met een 2 liter 4-cilinder. De opvolger was de 911 met de 6-cilinder, 2-liter boxer die vanaf 1964 te koop was. In 1965 kwam de 912 op de markt, een “low budget-911” variant die de 1582 cc motor uit de 356 gebruikte in een licht getunede versie. In zijn laatste verkoopjaar werd de 356 aangeboden voor 16700 gulden, vrijwel gelijk aan een Peugeot 404 cabriolet injectie. en een Mercedes 220 S. De 911 kostte toen al 26500 gulden, vergelijkbaar met een Alfa Romeo 2600 Sprint, een Mercedes 230 SL én een Jaguar E-type.