Alfa Romeo Alfasud

Begin jaren zestig werd door de leiding van Alfa Romeo besloten een auto te bouwen die onder de Giulia gepositioneerd werd. De Oostenrijkse ingenieur Rudolf Hruska kreeg de leiding over een ambitieus project. 

 

“Een exclusieve auto voor de massa”

De opdracht die Hruska meekreeg was het creëren van een massafabricage-auto die er niet als een massafabrikaat uitzag, met veel binnenruimte, een maximum afgetankt gewicht van 850 kg en de performance van een echte Alfa. Naast het nieuwe ontwerp van Giorgetto Giugiaro werd ook de oude fabriek in de buurt van Napels opgeknapt én uitgebreid en werd een testbaan aangelegd.

 

Ziekteverzuim

Het grote voordeel van de locatie in het zuiden was dat daar werkgelegenheid gecreëerd werd en er minder gestaakt zou worden vanwege de hoge werkloosheid. Er waren zesduizend vacatures voor 140.000 sollicitanten. Ondanks dat verliep de productie verre van vlekkeloos. Door leveringsproblemen van toeleveranciers, het hoge aantal stakingen en het hoge smoesjes- en ziekteverzuim van 50 %  werden in het eerste halfjaar nauwelijks 500 auto’s geproduceerd. De planning lag ongeveer 100 keer zo hoog.

 

Russisch staal

De eerste serie Alfasuds waren van een abominabele kwaliteit ondanks de uitgebreide testen in de Zweedse kou in 1971. Vanwege de stakingen die soms weken lang duurden, lag plaatmateriaal soms buiten te roesten voordat het in de primer en in de lak gezet werd. Er zijn geruchten dat er Alfasuds naar de dealers gestuurd werden met roest aan de onderkant van de deuren. Ook het dunne gerecycleerde staal uit de Sovjet-Unie droeg daar een flink steentje aan bij.

 

Rijeigenschappen

Door vele Europese automagazines werd de Alfasud geroemd om haar goede rijeigenschappen, de sportieve look, de soepele boxermotor en de grote binnenruimte voor een dergelijk kleine auto. Veelal werd gesproken over wellicht de beste auto van de jaren zeventig, als het roestprobleem niet toegeslagen zou hebben. De eerste Alfasud met 1186 cc motor beschikte over 63 DIN-pk en haalde meer dan 150 km/u; zeker niet slecht voor een kleine auto uit 1971. Vanaf 1973 volgde de TI, vanaf 1975 de Giardinetta en vanaf 1976 de Sprint. De laatste werd tot 1988 geproduceerd en werd ook geleverd met de 1,7 QV motor die in de Alfa 33 zat. De Alfa 33 was de opvolger van de Sud als we de Alfa Arna, een samenwerkingsproject met Nissan, snel kunnen vergeten. De boxermotoren van de Sud werden ook nog in de Alfa 145 gebruikt.

 

“Supersud”

Het idee voor de meest exclusieve Sud ontstond in 1983: een race-uitvoering die het zou moeten opnemen tegen de Ferrari 288 en Porsche 959 in de nieuwe groep B raceklasse. De Alfasud Sprint 6V had een opgevoerde versie van de GTV 2,5 vlak achter de voorstoelen. De voor homologatie geëiste 200 stuks werd vanwege economische problemen helaas niet gehaald zodat het project beëindigd werd. In totaal zijn er iets meer dan een miljoen Alfsuds (inclusief Sprints en Giardinetta’s) geproduceerd